De B.I.G Wet
De ontwikkeling van de B.I.G.-wet is een van de langstdurende geweest in de parlementaire geschiedenis van Nederland. Het wetsvoorstel voor de nieuwe wet is ingediend in mei 1986, gepubliceerd in december 1993 en uiteindelijk ingevoerd eind 1997. lees meer


VEEL GESTELDE VRAGEN

  • Aan welke eisen moet ik voor herregistratie (wet BIG) voldoen?

Wie in de toekomst ingeschreven wil blijven in het BIG-register, moet zorgen dat het niveau van zijn competenties op peil blijft. Daarvoor moet aan bepaalde eisen worden voldaan.
Er zijn twee afzonderlijke criteria voor herregistratie:

    • werkervaring óf
    • scholing.

Als u als beroepsbeoefenaar niet of niet genoeg heeft gewerkt, kunt u door scholing weer op het niveau komen van het basisberoep, waarna u zich alsnog kunt laten herregistreren.
Maar bij onvoldoende werkervaring of onvoldoende scholing komt u niet in aanmerking voor herregistratie. En zonder registratie mag u uw titel niet gebruiken. Zonder titel verliest u alle rechten en plichten die bij uw beroep horen en valt u niet langer onder het tuchtrecht. Als verpleegkundige, bijvoorbeeld, mag u dan ook geen (functioneel) zelfstandig voorbehouden handelingen meer uitvoeren (artikel 39).
Samengevat; u kunt zonder herregistratie straks niet meer als verpleegkundige werken.

  • Hoe is de procedure bij een tuchtzaak?

Bij een tuchtcollege kan een klacht uitsluitend schriftelijk ingediend worden, tot tien jaar na het voorval. In het klaagschrift staat de klacht, zoveel mogelijk voorzien van de data, feiten en argumenten waarop die klacht berust.
Het klaagschrift gaat naar het tuchtcollege in de regio waar de beroepsbeoefenaar woont. Er zijn vijf regionale tuchtcolleges, die ieder een aantal provincies bestrijken.
De secretaris van het tuchtcollege stuurt een afschrift van het klaagschrift naar de beroepsbeoefenaar waarover geklaagd wordt.
Voorafgaand aan de zitting doet een lid van het tuchtcollege een uitgebreid vooronderzoek, om extra informatie te verzamelen en te toetsen of het college de klacht wel kan behandelen. De vooronderzoeker kan getuigen en deskundigen oproepen, die verplicht zijn te verschijnen. De klager wordt tijdens het vooronderzoek in de gelegenheid gesteld een visie op de zaak te geven en de aangeklaagde beroepsbeoefenaar ook.
Soms is de vooronderzoeker van mening dat er tussen klager en de hulpverlener ruimte bestaat voor overeenstemming. Hij kan dan voorstellen te komen tot een ‘minnelijke oplossing’. Een rechtszitting wordt daarmee overbodig.
Op ieder moment van de tuchtrechtprocedure kan de klacht ingetrokken worden. Maar dit wil niet altijd zeggen, dat de klacht automatisch niet verder wordt behandeld! Het tuchtcollege heeft namelijk de mogelijkheid om de procedure voort te zetten, als het vindt dat daarmee het algemeen belang is gediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn er verschillende mogelijkheden: – De klacht wordt met de in het onderzoek verzamelde informatie verwezen naar de zitting van het tuchtcollege. – De klager wordt ‘niet ontvankelijk’ verklaard. Het tuchtcollege is dan van mening dat de zaak niet verder door haar behandeld kan worden, bijvoorbeeld omdat is geklaagd over een niet-geregistreerde beroepsbeoefenaar. – De klacht is ‘kennelijk ongegrond’ of ‘van onvoldoende gewicht’. Het tuchtcollege komt dan op basis van het vooronderzoek al tot de conclusie dat niet voldoende vaststaat dat degene waarover geklaagd wordt, verwijtbaar heeft gehandeld. Het tuchtcollege zal de klacht afwijzen, er vindt geen zitting meer plaats.
De klager wordt ruim voor de zittingsdatum in de gelegenheid gesteld alle processtukken te bekijken. Daarop bestaat één uitzondering: alleen de advocaat of een gemachtigde arts mag stukken inzien die de persoonlijke levenssfeer raken van andere personen dan de aangeklaagde of de klager.

Zitting

De zittingen van het college zijn openbaar en dus voor publiek én pers toegankelijk. Alleen bij belangrijke redenen besluit het tuchtcollege de zitting achter gesloten deuren te houden. Tijdens de zitting wordt de klager gehoord. Verder hebben het college, de klager en de aangeklaagde de mogelijkheid getuigen en deskundigen op te roepen. Die zijn verplicht om te verschijnen.
Als het tuchtcollege in de loop van de behandeling van een klacht stuit op gedragingen waarover niet is geklaagd, maar die de beroepsbeoefenaar wel verweten kunnen worden, kan het college ook op grond daarvan een maatregel opleggen.

Uitspraak en publicatie

Uiterlijk twee maanden na de zitting doet het tuchtcollege uitspraak, bijna altijd in het openbaar. Naam en woonplaats van de aangeklaagde worden daarbij vermeld. In zijn uitspraak gaat het college uitgebreid in op de zaak, met name welke argumenten aan de beslissing ten grondslag liggen.
Het tuchtcollege kan een maatregel opleggen die gevolgen heeft voor de inschrijving van de beroepsbeoefenaar in het BIG-register: een tijdelijke schorsing of een definitieve verwijdering uit het register. In dat geval zal de minister van Volksgezondheid naam en woonplaats van de desbetreffende beroepsbeoefenaar laten publiceren in de Staatscourant en in dag- en weekbladen die worden gelezen in het gebied waar de hulpverlener zijn beroep uitoefent. Ook de zorginstelling waar de betrokkene werkt, wordt op de hoogte gesteld.
De uitspraak wordt op schrift gesteld en binnen een week verzonden naar de klager, de aangeklaagde beroepsbeoefenaar, de Inspecteur voor de Gezondheidszorg en het Centraal Tuchtcollege. In de uitspraak wordt ook het werkadres van de aangeklaagde vermeld.
Soms is de uitspraak van belang voor andere patiënten, beroepsbeoefenaren of juristen. Zo kan een oordeel van het tuchtcollege leerzaam zijn voor collega’s van de aangeklaagde. Het college heeft daarom de mogelijkheid de tekst van de eindbeslissing in anonieme vorm te publiceren in de Staatscourant en aan te bieden aan kranten, vakbladen en tijdschriften.

  • Hoe toon ik mijn werkervaring aan voor de herregistratie BIG?

Het indienen van een getekende ‘eigen verklaring’ is voldoende om voor herregistratie in aanmerking te komen. Daarvoor zal een (digitaal) standaardformulier voor het BIG-register worden ontwikkeld.
Het BIG-register zal steekproefsgewijs controleren of de verklaring naar waarheid is ingevuld. Indien de aanvraag vragen oproept, zal het BIG-register bewijsstukken opvragen bij desbetreffende beroepsbeoefenaar. Om die stukken meteen te kunnen overleggen is het handig een (digitale) portfolio bij te houden.
Voor beroepsbeoefenaren die in loondienst zijn, kunnen de arbeidsovereenkomst, de laatste loonstrook of een werkgeversverklaring bewijsstukken zijn. Vanuit het BIG-register zal tijdig een waarschuwingssignaal worden afgegeven dat de vijf jaartermijn gaat verstrijken.

  • Ik heb ander werk gedaan, maar wil toch een herregistratie in het BIG-register. Kan dat?

Sommige werkzaamheden, die niet direct op het terrein van de individuele gezondheidszorg liggen, kunnen gelijkgesteld worden, zodat die beroepsbeoefenaren zich ook kunnen laten herregistreren.
Het gaat dan om werkzaamheden waarvoor het op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen van het beroep een functie-eis is, zonder dat u in dat beroep(sgebied) werkzaam bent. Dit zal in elk geval gaan gelden voor

    • praktijkdocenten, die binnen een gezondheidsinstelling lesgeven in het ‘centrale vak’ of in een specialisme/differentiatie van een artikel 3 beroep
    • inspecteurs die bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werkzaam zijn

Wie nog meer voor deze gelijkstellingsbepaling in aanmerking komen, moet nog worden ingevuld.
Als u een functie vervult waarin het niet zo vanzelfsprekend is dat u op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen binnen een beroepsgebied, worden uw werkzaamheden niet gelijkgesteld. Dit zijn onder meer:

    • beleids-, management- en organisatorische werkzaamheden, die worden uitgevoerd door directeuren, beleids-/stafmedewerkers bij ministeries, Inspectie, beroepsorganisaties, wetenschappelijke verenigingen/bestuursorganen, betrokken bij beroepsinhoudelijke advisering binnen of buiten instellingen voor de gezondheidszorg;
    • docenten die theorieles geven over een artikel 3-beroep aan een onderwijsinstelling die geen gezondheidszorginstelling is.

Telt werkervaring in het buitenland mee voor herregistratie in het BIG-register?

Wanneer u werkervaring heeft opgedaan in het buitenland, dan telt deze mee voor de uren-eis voor de herregistratie. Voor u gelden dan dezelfde eisen als voor de beroepsbeoefenaar die in Nederland werkt.
Als u buiten de EU, Ijsland, Noorwegen of Liechtenstein heeft gewerkt, bent u wel verplicht om uw aanvraag direct te onderbouwen met bewijsstukken.

  • Waarvoor dient het tuchtrecht?

Het tuchtrecht heeft tot doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de gezondheidszorg te toetsen. Als een cliënt van mening is dat er tijdens een behandeling iets is misgegaan, kan hij daarover een klacht indienen bij een tuchtcollege.
Naar aanleiding van die klacht kan het college de betrokken beroepsbeoefenaar een maatregel opleggen. In het uiterste geval wordt het de hulpverlener verboden nog langer zijn beroep uit te oefenen onder het gebruik van zijn titel. Verder kan van een uitspraak ook een voorlichtende en leerzame werking uitgaan naar andere beroepsbeoefenaren.
De tuchtregels staan in de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (de Wet BIG). De Wet BIG bevat regels voor zorgverlening door beroepsbeoefenaren en heeft tot doel de bevordering van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en de bescherming van de patiënt.

  • Wanneer is een klacht in het tuchtrecht gerechtvaardigd?

Een hulpverlener moet zorgvuldig te werk gaan. In een groot aantal wetten, opleidingseisen en protocollen is vastgelegd waaraan de hulpverlener zich moet houden. Niet alleen op medisch/inhoudelijk vlak, maar ook in de omgang met de patiënt/cliënt en familie. De Wet BIG kent voor de acht geregistreerde beroepen twee tuchtnormen, die aangeven wanneer een beroepsbeoefenaar niet zorgvuldig handelt, en klagen bij een tuchtcollege dus gerechtvaardigd is.
Eerste tuchtnorm
De eerste tuchtnorm luidt: ‘Handelen of nalaten van handelen in strijd met de zorg die de geregistreerde zorgverlener behoort te betrachten ten opzichte van de patiënt en de naaste betrekkingen van de patiënt.’
In de praktijk betekent dit dat bij het tuchtcollege over zeer uiteenlopende zaken kan worden geklaagd, bijvoorbeeld: – een verkeerde of te late diagnose; – onvoldoende informatie verstrekken over de behandeling, de gevolgen van die behandeling en eventuele alternatieven; – een chirurgische fout; – voorschrijven of verstrekken van de verkeerde medicijnen; – schenden van het beroepsgeheim; – ten onrechte niet doorverwijzen naar een andere hulpverlener; – seksuele intimidatie.
Tweede tuchtnorm
De tweede tuchtnorm luidt: ‘Enig ander handelen of nalaten als geregistreerde zorgverlener in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg.’
Deze norm waarborgt de zorgvuldigheid van de beroepsbeoefenaar op een aantal andere gebieden. Voorbeelden zijn: – weigeren deel te nemen aan een waarnemingsregeling; – onjuist optreden in de media, bijvoorbeeld het onnodig creëren van onrust onder burgers over de verspreiding van een mogelijke epidemie; – door een beroepsbeoefenaar onjuist declareren van rekeningen bij een ziektekostenverzekeraar.

  • Wanneer moet ik me laten herregistreren voor het BIG-register?

U bent BIG-geregistreerd. Maar sinds uw registratie heeft u nooit meer iets vernomen. Wanneer moet u zich laten herregisteren? En hoe dan?
Momenteel legt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de laatste hand aan de criteria, die gaan gelden om voor herregistratie (artikel 8) in aanmerking te komen. Elke vijf jaar moet herregistratie plaats gaan vinden. Het streven is in januari 2007 het artikel van kracht te laten zijn en dan gaat dus ook de eerste periode van 5 jaar in.
Dit betekent dat op zijn vroegst in 2012 de eerste herregistratie zal plaatsvinden. In de eerste ronde gaan de verpleegkundigen, fysiotherapeuten en de verloskundigen op voor herregistratie

  • Wat is de werkervaringseis voor herregistratie voor de Wet BIG?

Er moet in de herregistratieperiode van 5 jaar 2080 uur gewerkt zijn. Dat komt neer op 8 uur per week. De uren die u niet werkte wegens vakantie, medezeggenschapstaken, feestdagen, wettelijke verplichting, betaald verlof, bevallings- en zwangerschapsverlof en ziekte, tellen mee. De duur van ziekte is daarbij beperkt tot maximaal 6 weken per jaar.
Een werkonderbreking mag maximaal twee aaneengesloten jaren duren. Duurt het langer, dan moet u zich eerst weer scholen, voordat u geregistreerd kan worden. Wanneer u zich registreert vlak voor die twee jaar verstrijken, dan treedt een nieuwe herregistratie periode van vijf jaar in. Theoretisch is het dus mogelijk, dat u vier jaar niet achter elkaar werkt, maar toch geregistreerd staat.

Werkzaamheden die tellen
Voor de herregistratie tellen de werkzaamheden mee, die gericht zijn op de individuele gezondheidszorg en binnen het deskundigheidsgebied vallen van de beroepsbeoefenaar zoals beschreven in hoofdstuk III van de Wet BIG. Hiervoor is het niet nodig om direct patiëntencontact te hebben. Als u maar binnen uw beroep werkzaamheden op het gebied van de individuele gezondheidszorggebied uitvoert en op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen in het vak, is dat voldoende.
Onder individuele gezondheidszorg valt bijvoorbeeld niet voorlichting aan de bevolking. Werkervaring opgedaan in een ander beroep, bijvoorbeeld de verpleegkundige die werkt als verzorgende, telt niet mee voor de herregistratie.

Wat is het BIG-register?

Het BIG-register registreert apothekers, artsen, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen.
Alleen beroepsbeoefenaren die staan ingeschreven in het BIG-register mogen de (wettelijk beschermde) titel voeren die bij dat beroep behoort.

Wat zijn voorbehouden handelingen?

Handelingen die onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen voor de patiënt, als een ondeskundige ze uitvoert, worden ‘voorbehouden handelingen’ genoemd in de Wet BIG.
Verpleegkundigen en verzorgenden bijvoorbeeld zijn voor een aantal handelingen ‘niet zelfstandig bevoegd’. Zij mogen die handelingen alleen uitvoeren onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die daartoe wel zelfstandig bevoegd is, en dan alleen als zij voldoen aan een aantal voorwaarden.
Handelingen die de wet benoemd als ‘voorbehouden’ zijn: – heelkundige handelingen; – verloskundige handelingen; – endoscopieën; – catheterisaties; – injecties; – puncties; – narcose; – het gebruik van radioactieve stoffen en ioniserende straling; – cardioversie; – defibrillatie; – electroconvulsieve therapie; – steenvergruizing; – kunstmatige fertilisatie.

Welke scholingseis geldt er voor herregistratie in het BIG-register?

Als u niet kunt voldoen aan de werkervaringseis, dan kunt u de daarvoor noodzakelijke (kern)competenties via scholing verkrijgen. U dienst de (kern)competenties te beheersen op het niveau van de basisopleiding. Voor verpleegkundigen is de opleiding verpleegkunde op mbo-niveau de minimumnorm.
Voor de scholing voor de herregistratie wordt aangesloten bij bestaande ontwikkelingen. Denk hierbij aan:

    • toetsen van Eerder Verworven Competenties (EVC-procedure)
    • herintrederscursussen
Scholing noodzakelijk om voor herregistratie in aanmerking te komen, is niet hetzelfde als bij- en nascholing in verband met deskundigheidsbevordering. Alleen erkende scholen mogen – onder hun verantwoordelijkheid – scholing aanbieden, die recht geeft op herregistratie voor de Wet BIG. Deze scholen voldoen aan de door overheid gestelde eisen.